Cantate 3, Ach Gott, wie manches Herzeleid

Zondag 21 januari wordt in de Kruiskerk Amstelveen, Van der Veerelaan 30a, 's middags om 17.00 uur een muzikale vesper gehouden waarin een cantate wordt uitgevoerd die Johann Sebastian Bach 300 jaar geleden maakte voor de tijd na Kerst. De vesper duurt een uur. Welkom met koffie en thee vanaf 16.30 uur, om 16.40 uur is er voor geïnteresseerden een korte uitleg over de muziek. Er wordt geen entree gevraagd, wel is er na afloop een collecte.

 

De maand januari is in de kerkelijke traditie bij uitstek de tijd om stil te staan bij de betekenis van kerstkind Jezus in het leven de mensen. Een van de cantates die bijna driehonderd jaar geleden door Bach gemaakt zijn voor epifanie (de post-kersttijd) is: Ach Gott, wie manches Herzeleid (BWV 3). De cantate opent met klagende muziek - de mens kan het niet alleen -, maar met Jezus als lichtend voorbeeld en steunpilaar is er reden voor vreugde: aan het eind van de cantate, vlak voor het slotkoraal, zingen de altus en sopraan een prachtig duet waarin ze hun dankbaarheid uiten.

 

De Vesperscantorij zingt de koordelen, er zijn vier vocale solisten - Nienke Oostenrijk (sopraan), Lester Lardenoye (altus), Gerben Houba (tenor) en Matthijs Mesdag (bas). Peter Ouwerkerk (zie foto) leidt het basso continuo, Roelof Balk (viool I) is de concertmeester, Henk Trommel heeft de algehele muzikale leiding, liturg is ds. Mirjam Buitenwerf.

 

Als uitgangspunt nam Bach het lied 'Jesu dulcis memoria' van Martin Moller uit 1587, waarin Jezus wordt bezongen als troost en steun in tijden van nood. 
Het openingskoor is een indrukwekkend voorbeeld van een klaaglied. De twee hobo's hebben hierin een belangrijk aandeel, het strijkorkest begeleidt hen en speelt met de koorpartijen mee. Bach gebruikt ter verduidelijking van het klagend karakter de volgende twee compositietechnieken: in het hoofdthema komt een dalende chromatische (met halve toonsafstanden) reeks naar voren. In de koorpartij is dit te horen op de volgende tekstdelen: Ach Gott, wie man-ches Her-ze-leid. 
Ten tweede komt in de eerste vioolpartij de zgn. Seufzer-figuur voor: een dalend tweetoonsfiguur, waarvan de eerste toon een dissonant, en de tweede oplossing vormt. 
De cantus-firmus, op de melodie van 'O Jesu Christ, meins Lebens Licht', wordt door de bassen gezongen, met ondersteuning van de trombone. 
Aan het eerste recitatief nemen alle vier de solostemmen deel, de afzonderlijke solo-fragmenten worden gescheiden door een vierstemmige koraalfrase van het koor. 
Het continuo (cello en orgel) maakt met een kort motief de verbinding tussen deze gedeelten. 
In de hierop volgende bas-aria maakt Bach weer volop gebruik van de chromatiek. In de, slechts door continuo begeleide, solopartij treffen we grote contrasten aan in de tekst: 'Höllenangst und Pein' tegenover 'Freudenhimmel', en 'Schmerzen' tegenover 'leichter Nebel'. Worden de eerste uitgedrukt met chromatiek en én noot per lettergreep of woord (syllabisch), in de positieve contrasten gebruikt Bach meer melodische frasen en meerdere noten per lettergreep (melismatisch). 
In het tenorrecitatief wordt de liefde tot, en het vertrouwen in Jezus bezongen. 
De volgende aria in de vorm van een duet voor sopraan en alt, wordt begeleid door continuo. De solostemmen vinden hun evenknie in violen en hobo's, die de inleiding voor hun rekening nemen. Opvallend bij het begin van deze inleiding is het complementaire ritme van beide orkest-groepen: afwisselend speelt bij een lange noot van de één, de ander kortere noten. Het lamento-karakter uit de eerste cantate-delen heeft plaatsgemaakt voor het opgewekte 'will ich in Freudigkeit zu meinem Jesu singen'. 
Het contrast in deze da capo-aria (A-B-A-vorm) vormt de tekst in het B-gedeelte: mein Kreuz hilft Jesu tragen. We herkennen hierin de Seufzer-figuren uit het openingsdeel. Bach gebruikt lange noten op het woord 'tragen' om de betekenis van de tekst te versterken. 
De cantate eindigt zoals gebruikelijk met een koraal voor koor en orkest, op letterlijke tekst van de laatste strofe van Martin Moller's lied.

 

De Vespercantorij staat o.l.v. Henk Trommel en liturg is: ds. Mirjam Buitenwerf

Van der Veerelaan 30a
1181 RB Amstelveen

Telefoonnummers